Op 28 mei 1959, tijdens de ruilverkaveling, kreeg een arbeider een ‘klont oud roest’ op zijn schop, en nam deze klont mee naar huis. Thuis legde hij het geheel in ammoniak, waarna geleidelijk aan meerdere munten loslieten. De klont oud roest bleek een zeldzame muntvondst te zijn. De muntvondst bestond uit 24 zilveren munten; 10 groten van Willem I, Hertog van Gerle; 9 groten van Albrecht van Beieren, graaf van Holland en 5 Duitse hellers. De groot was een zilveren munt die zich in de 13e en 14e eeuw in Noordwest-Europa verspreidde dankzij internationale handel. De munt werd in deze periode een van de standaard munten met de waarde van een halve stuiver. De naam is afgeleid van de Italiaanse benaming voor de munt; grosso. De heller, ook wel haller, was een van oorsprong kleine zilveren penning. De munt werd geslagen vanaf 1228. De naam is afgeleid van de Duitse plaats Hall am Kocher, waar deze munt voor het eerst werd geslagen.

Klont oud roest - zilveren muntschat uit de 14e eeuw