Er komen nogal wat Russische woorden uit het Nederlands. Vooral als ze iets met scheepvaart te maken hebben. Tsaar Peter de Grote (1672-1725) is immers enkele keren in het huidige Nederland en België geweest om er kennis te nemen van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van scheepsbouw. In 1697-1698 was hij in Zaandam en Amsterdam, en zijn reis in 1717 leidde hem onder meer naar Liège, Nieuwpoort, Spa en Namur. Hij heeft ook een dag in Brussel doorgebracht. Om de gelijkenis tussen Russische en Nederlandse woorden te zien noemen we eerst een paar kenmerken van het cyrillisch schrift, dat een sterke relatie heeft met het Griekse alfabet.

Hollandse invloed

ш  is een  sj

с is een s

у is een uu of oe

р is een r

ь zacht teken

Deze korte uitleg helpt u in ieder geval op weg om de volgende Russische en Nederlandse woorden te vergelijken.

н is een n

и is een i

п is een p

р is een r

г  is een g

б is een b

л is een l

в is een v of w

Ф is een f

•    achterstag - ахтерштаг (achtersjtag)

•    achtersteven - ахтерштевень (achtersjteven)

•    anker - "якорь" (jakor') •    appelsien - апельсин [appelsin]

•    bak - бак (bak) •    bakkebaard - бакенбарды (bakenbardy)

•    bakstag - бакштаг (baksjtag) •    balsem - бальзам (balzam)

•    berghout - бархоут (barchout) •    beting - битенг (biteng)

•    boord - борт (bort) •    bootsman - "боцман" (botsman)

•    bootsmanmaat - боцманмат (botsmanmat)

•    bramsteng - брам-стеньга (bramstenga)

•    bramzeil - брамсель (bramsel)

•    bras - брас (bras)

•    braadspil - брашпиль (brasjpil)

•    breefok - брифок (brifok)

•    boegspriet - бушприт (busjprit)

•    broek - "брюки" (brjoeki)

•    dommekracht - "домкрат" (domkrat)

•    gas - "газ" (gas)

•    gastarbeider - гастарбайтер [gastarbajter]

•    gulden - "гульден" (gulden)

•    jonker - "юнкер" (joenker')

•    kabeltouw - "кабельтов" (kabeltov)

•    kajuit - "каюта" (kajoeta)

•    kapitein - "капитан" (kapitan)

•    koetsier - "кучер" (koetsjer)

•    kiel - "киль" (kil')

•    luik - "люк" (ljoek)

•    mast - "мачта" (matsjta)

•    matroos - "матрос" (matros)

•    noord - "норд" (nord)

•    oost - "ост" (ost)

•    paraplu - "зонтик" (zontik,         van het woord: zonnedek) •    perzik - персик [persik]

•    romp - "ромп" (romp)

•    ruim - "трюм" (trjoem)

•    schipper - "шкипер" (sjkiper)

•    slang - шланг (sjlang)

•    sluis - "шлюз" (sjljoez)

•    snoer - "шнур" (sjnoer)

•    stag - Штаг (sjtag)

•    stal - сталь (stal)

•    standaard - стандарт (standart)

•    steven - "штевень" (sjteven')

•    stoel - стул [stoel] - stoel


•    stropdas - "гaлстук" (ghalstoek = halsdoek)

•    struisvogel - "страус" (straoes)

•    stukadoor - "штукатур" (stoekatoer)

•    stuurman - "штурман" (sjtoerman)

•    trap - "трап" (trap)

•    tros - "трос" (tros)

•    vlag - "флаг" (flag)

•    vlaggestok - "флагшток" (flagsjtok)

•    voet - "фут" (foet)

•    west - "вест" (vest)

•    wimpel - "вымпел" (vympel) •    zuid - "зюйд" (zjoejd)

•    zwabber - "швабра" (sjvabra)